Alaska

Op de eerste dag van het schooljaar weet Sven het zeker: hij moet een briljante stunt uithalen. Anders is hij meteen die zielige jongen uit 1b.
Parker wil juist onzichtbaar zijn. Ze heeft net de ergste zomer van haar leven achter de rug en vertrouwt niemand meer. Dan ontdekt ze dat Alaska, de hond die eerst van háár was, nu bij Sven woont – als zijn hulphond.
Overdag wil Parker niks te maken hebben met Sven, dus er zit maar één ding op. Als ze Alaska ooit nog wil zien, moet dat ‘s nachts.

 

Querido 2016

Leeftijd: 11+

Prijs: € 14,99

ISBN: 9789045119762

 

Bekroond met een Zilveren Griffel

 

een razendknap geconstrueerd en soepel gecomponeerd boek waaruit je wilt blijven citeren … Anna Woltz is de ongekroonde koningin van het ‘feelgood’ kinderboek dat alles in zich heeft om kinderen leesplezier te bezorgen: humor, ontroering, gelaagdheid, dynamiek en een goede afloop
– Jaapleest.nl

heerlijke filmische nachtscènes waarin Woltz de kinderen subtiel laat balanceren tussen ‘spel’ en werkelijkheid … wederom Griffelwaardig
– NRC Handelsblad

Woltz is een van de beste kinderboekenschrijvers van dit moment, omdat ze een voortreffelijke stijl – eigentijds, spitsvondig, vlot, originele beelden en psychologische diepgang combineert met een filmisch en humorvol avontuur, dat heel veel kinderen aanspreekt
– Trouw

 

Inspiratie

 

Alaska gaat over bang zijn. En over moed. Er zijn zoveel dingen in de wereld waar je bang voor kunt zijn. Dingen ver weg, in je eigen stad, in je familie, of in je eigen lichaam. Wat doe je als je weet dat het elk moment mis kan gaan? Blijf je verder in bed liggen, of ga je de wereld in en hoop je dat er naast de erge ook fantastische dingen gebeuren?
Dat is wat hoofdpersonen Sven en Parker zich afvragen. Parker heeft net de ergste zomer van haar leven achter de rug. En Sven wil laten zien dat hij echt niet alleen een zielige jongen met epilepsie is.

Hieronder lees je hoe ik onderzoek deed voor Alaska. Veel kon ik verzinnen, of gebruiken uit mijn eigen leven, of me inbeelden, maar hulphond Alaska moest kloppen. En de epilepsie van Sven ook.

Het begon met honden. Ik hou dus nogal van honden. Niet een beetje, niet medium, maar ontzettend veel. Van mij hoeven ze daar niet eens veel voor te doen: een kleine kwispel, een scheve kop en een zachte vacht zijn genoeg. Maar toen hoorde ik over hulphonden. Honden die niet alleen lief zijn, maar ook het leven van hun baasje totaal veranderen. Honden die niet alleen onmisbaar zijn omdat ze met vier poten in de lucht liggen te dromen, maar die hun baasje op allerlei fantastische manieren echt, daadwerkelijk helpen.

De blindengeleidehond kende ik al langer, maar ik ontdekte dat er nog veel meer soorten hulphonden zijn. Honden die kinderen met autisme helpen, en mensen in een rolstoel, en veteranen met PTSS. En ook hulphonden voor mensen met epilepsie – die vond ik nog wel het bijzonderste van allemaal, en daarom besloot ik een boek te schrijven over zo’n hond. Voordat ik begon met schrijven, moest ik veel meer te weten komen over hulphonden. Het onderzoek dat ik deed, ging zo:

Het begon bij Stichting Hulphond Nederland. Ik ging naar Herpen in Noord-Brabant, waar ik werd rondgeleid door het trainingscentrum. Puppy’s groeien op in een gastgezin, en daarna wonen ze een aantal maanden in Herpen om opgeleid te worden tot hulphond. Ik zag hoe een poedel leerde om een laatje open te trekken, de deur dicht te doen en de laarzen van een mevrouw uit te trekken. Vijfendertig fantastische honden werden er op dat moment opgeleid EN IK MOCHT ER NIET EENTJE AAIEN! Dat was vreselijk moeilijk, maar ook heel belangrijk. Een hulphond die aan het werk is, mag je niet afleiden. Zo’n hond moet totaal op zijn baasje gericht zijn. Meer over Stichting Hulphond Nederland lees je hier.

Daarna ging ik op bezoek bij Corrie en Cisko. Corrie heeft al twintig jaar epileptische aanvallen en daarom heeft ze nu hulphond Cisko, die werd opgeleid door Hulphond Nederland. Toen ze Cisko nog niet had, was Corrie altijd bang voor een aanval. Keer op keer moest ze per ambulance naar het ziekenhuis omdat ze gewond raakte tijdens een aanval. En toen kwam Cisko. Hij drukte niet alleen met zijn snuit op een alarmknop tijdens een aanval, hij kon veel meer: hij leerde de aanvallen van Corrie te voorspellen. Dat is echt wonderbaarlijk: dokters en apparaten hebben geen idee wanneer er een epileptische aanval aankomt. Maar sommige honden voelen zo’n aanval naderen. Niemand weet hoe ze het doen – of ze iets ruiken of horen of zien of voelen… Maar nu raakt Corrie dus nooit meer gewond. Cisko waarschuwt haar op tijd, en dan kan ze rustig gaan liggen voordat de aanval begint. Cisko is nu echt onmisbaar: Corrie gaat nooit meer zonder hem de deur uit.

Van Iris en Bieke leerde ik hoe het voor een kind is om een hulphond te hebben. Iris heeft geen epilepsie, maar zit in een rolstoel. Ze heeft golden retriever Bieke zelf opgeleid tot hulphond, met hulp van de Stichting Kind & Hulphond. Bieke kan in huis van alles voor Iris halen, ze trek Iris’ sokken uit en kan was in de machine doen. Ook gaat Bieke met Iris mee naar buiten; in de winkel kan Bieke de boodschappen die Iris aanwijst in het mandje stoppen. Mensen die eerst alleen maar naar Iris keken omdat ze in een rolstoel zit, komen nu een praatje maken en willen alles over Bieke weten. Dat is natuurlijk véél fijner, en daarom vindt Iris het nu ook niet meer erg om in haar eentje (nou, ja, samen met Bieke) op stap te gaan. Meer over Stichting Kind & Hulphond vind je hier.

Manoah van zeventien vertelde me hoe het is om als middelbare scholier epilepsie te hebben. Hoe het bij haar begon, hoe klasgenoten reageren als je plotseling even ‘weg’ bent en hoeveel zorgen ze zich soms maakt over de toekomst. Gelukkig gaat het nu heel goed met haar: ze slikt geen medicijnen meer en heeft haar HAVO-diploma gehaald. Voordat mijn boek uitkwam, heb ik het verhaal aan Manoah laten lezen om haar te vragen of ze de gevoelens en gedachten van hoofdpersoon Sven vond kloppen – en gelukkig vond ze het een superchill verhaal! Meer over epilepsie lees je onder andere op www.epilepsie.nl en www.epilepsievereniging.nl.

Tot slot ging ik op bezoek bij Melanie en haar prachtige hulphond Snow. Snow is een witte herder, net als de hond die mijn ouders vroeger hadden: Jefta. Ik droom soms nog steeds over Jefta, dus ik smolt totaal toen ik Snow zag – hij lijkt als twee druppels water op Jefta. Melanie heeft Snow samen met Stichting Bultersmekke opgeleid en ze kon mij fantastisch uitleggen hoe die hele opleiding in z’n werk gaat. Ook vertelde ze me hoe het voelt om een epileptische aanval te hebben. Verder had ik ook veel aan het interessante en grappige weblog dat Melanie voor Snow schrijft: Het dagboek van Snow. Meer over Stichting Bultersmekke vind je hier.

Nu had ik een boek vol aantekeningen en een hoofd vol indrukwekkende verhalen – en toen moest ik alles weer een klein beetje vergeten zodat ik mijn eigen hoofdpersonen kon verzinnen. Sven van dertien. Parker van twaalf. En Alaska, een sneeuwwitte golden retriever.

'Alaska' is opgedragen aan Fabeltje, de hond van mijn ouders. Heel lief, heel stout en totaal niet behulpzaam.
De eerste bladzijde
Een hulphond leert hoe je de was moet doen.
Corrie en Cisko
Iris en Bieke
Melanie en Snow