Onweer & Tien dagen in een gestolen auto

Querido 2019 (eerder verschenen bij Leopold, 2009)
Leeftijd: 10 +
Prijs: € 13.50
ISBN: 9789045123684

 

 

 

 

 

Onweer

 

Sam weet het zeker: haar ouders geven niks om haar. En waarom zouden ze ook? Ze is niet extra mooi, slim of grappig en ze weet nooit hoe ze moet doen tegen andere kinderen. Ze is alleen goed in gekke dingen: bergbeklimmen, ruzie maken, onweer voorspellen, wonden verbinden.
Dat moet maar eens veranderen. Helemaal alleen gaat Sam naar Italië om te helpen in het hotel van haar tante. Daar is net een fotoshoot aan de gang met twee Nederlandse kinderen: Raf, een arrogant fotomodel van vijftien en zijn zusje Larissa, een wonderlijk meisje van tien dat altijd vrolijk is.
Recht voor het hotel ontploft een auto. In het land van de maffia gaat Sam samen met Raf en Larissa op zoek naar de dader. Ze reizen naar het hooggebergte helemaal in het noorden van Italië, naar ravijnen, eeuwige sneeuw en verraad. Zou Sam misschien toch meer kunnen dan ze denkt?

Woltz speelt een geraffineerd spel met geheime codes, die veel meer dan plotelementen zijn. …Nog mooier is hoe Woltz haar gesloten hoofdpersoon steeds meer open pelt. … voortreffelijke stijl
-Karel Berkhout in NRC Handelsblad

Woltz speelt met je verwachtingen en laat zien dat mensen verrassende verborgen kanten kunnen hebben. Je valt van de ene verrassing in de andere, maar je gelooft het. En dat is nog wel de mooiste verrassing van Onweer.
-Thomas de Veen in Kidsweek

 

Inspiratie

 

In Onweer komen drie verschillende stukken Italië voor – en bij het beschrijven van die stukken dacht ik aan reizen die ik zelf heb gemaakt.
Het boek begint in het dorpje Montino dat boven op een berg is gebouwd. Samen met mijn moeder was ik in 2007 in Frontino. Daar logeerden we in een prachtig oud hotel dat vroeger een palazzo was. Dat is dus het hotel waar Sam werkt!
Het tweede deel van het boek speelt in de betoverende stad Florence. Daar ben ik als zeventienjarige met school geweest. Toen werd ik verliefd op de paradijsdeuren naast de Dom; daarom zijn Sam en Larissa ook weg van die deuren.
Het laatste deel van Onweer speelt in de Dolomieten – de woeste bergen helemaal in het noorden van Italië. Net als Sam vind ik bergwandelen geweldig. In augustus 2008 maakte ik een trektocht door de ruige Dolomieten. Daar sliep ik in drie-hoge stapelbedden in berghutten ver van de bewoonde wereld, liep ik langs duizelingwekkende afgronden en één keer was er ’s avonds een onweersbui die onze berghut deed trillen.

Fotomodel Raf heb ik niet helemaal zelf verzonnen. Terwijl ik over Raf schreef, dacht ik aan een van mijn beste vrienden, die zelf fotomodel is. Hij heeft vaak fotoshoots in het buitenland en loopt modeshows in Milaan. Zijn verhalen over het modellenbestaan vond ik zo spannend en gek, dat ik ze gebruikt heb voor Onweer. Ook vond ik het leuk om eens te schrijven over een jóngen die fotomodel is, en over een meisje dat juist heel stoer is en nooit jurken draagt…

In de Dolomieten
Koepel van de Dom in Florence
Het hotel in Frontino.

Tien dagen in een gestolen auto

 

Dieven en moordenaars werden vroeger dus gewoon op de boot naar Australië gezet. Dat ruimde op wanneer de gevangenis weer eens te vol was, en aan de andere kant van de wereld was toch nog plaats genoeg. Misschien was het een straf voor die boeven om alles achter te laten. Misschien ook niet.
Ik zat in elk geval op de boot naar Zweden. Niet om een nieuw leven te beginnen, maar omdat mijn oude leven me drie weken lang niet kon gebruiken.

Camilla is woedend wanneer haar moeder haar naar Zweden stuurt. Ze zit echt niet te wachten op een gezellige logeerpartij. Maar die komt er ook helemaal niet. Haar vakantie wordt een verboden tocht naar het noorden van Zweden: een roadtrip in een Saab 96 cabriolet met een jongen van zestien aan het stuur, zijn dromerige broertje van dertien ernaast en een onbekende krijsende baby op de achterbank. Camilla heeft geen idee waar de twee broers zo bang voor zijn, wie hun vader heeft ontvoerd en hoe ze eigenlijk aan die cabrio komen. Maar daar komt ze wel achter.

 

Inspiratie

 

Zweden is één van mijn lievelingslanden: ik hou van de heldere meertjes en de donkere bossen met zwerfkeien en dikke tapijten mos op de grond. Ik hou van Zweedse kinderboeken, zoals Ronja de roversdochter van Astrid Lindgren en De kinderen van de grote fjeld van Laura Fitinghof. Ik hou van Zweeds eten: van garnalen en haring en bosbessen en kaneelbroodjes. Ik hou van de stilte in Zweden, van de lange lichte nachten en de houten huizen in pastelkleuren. Niet zo gek dus dat ik nu een boek heb geschreven dat in Zweden speelt.
Nét voordat ik aan mijn boek begon, ben ik nog een weekje naar Zweden gegaan met twee vriendinnen. Op de boot naar Göteborg zat ik al druk te schrijven in mijn aantekenschrift – want alles moest natuurlijk kloppen. Of er zeemeeuwen om de boot vliegen, hoe het in de gangen van dek negen ruikt en of de zon al schijnt wanneer je ’s ochtends vroeg aankomt in de haven.
Die vakantie heb ik vele supermarkten bezocht en me eindeloos verdiept in babyvoedsel, luiers, opvolgmelk en zuigflessen. Want tja, de potjes eten die Bibi in het boek te eten krijgt, moeten natuurlijk wel echt te koop zijn in een Zweedse supermarkt!
Bibi was trouwens toch een lastig persoontje in mijn verhaal, want toen ik dit boek schreef, kende ik eigenlijk helemaal niet zoveel baby’s. Ik had geen idee of een baby van zeven maanden al kan zitten, wat zo’n kind eet en hoe je eigenlijk een luier verschoont. Ik heb dus een briefje in een babywinkel opgehangen: wie kan mij een middag babyles geven? Meteen de volgende dag belde er een moeder op: ik mocht wel een middag bij haar tweeling van acht maanden komen kijken. Gewapend met aantekenboek ging ik op babybezoek – en vooral toen de tweeling tegelijkertijd krijste, dacht ik: ja, dit kan ik wel gebruiken voor Bibi!

Familievakantie in Zweden
Op de boot naar Zweden
In een Zweedse supermarkt bestudeer ik de ingrediënten van Zweedse babyvoeding.