Het Kinderboekenweekgeschenk 2019: HAAIENTANDEN

Atlanta heeft een waanzinnig plan. Voor de belangrijkste tocht van haar leven heeft ze twaalf boterhammen nodig, vier bananen, een nachtbeugel en kerstverlichting. Opgeven kan niet, dan gaat alles mis.

Ze is pas net begonnen als ze keihard tegen de fiets van Finley knalt. Finley is weggelopen van huis en heeft alleen twee haaientanden in zijn zak. Heeft Atlanta pech dat ze hem ontmoet, of juist geluk?

 

Met illustraties van Maartje Kuiper

 

Uitgegeven door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek ter gelegenheid van de Kinderboekenweek 2019.

Geproduceerd door Em. Querido’s Uitgeverij

ISBN: 9789059654983

 

Het mooiste Kinderboekenweekgeschenk in jaren. … Elf is de vertelster, Atlanta heet ze. Vernoemd naar de oceaan, want toen haar ouders jong waren en in een bootje naar Amerika wilden varen, diende zij zich ineens aan. ‘En toen was ik het plan’, legt ze uit, opgeruimd – terwijl je ook voelt: daarachter schuilt meer. Dat karakteriseert Anna Woltz (1981) als kinderboekenschrijfster. Eén: er is een mondig, slim, assertief kind aan het woord. Twee: het gaat over een ingewikkelde verhouding tussen ouders en kinderen.

– **** in NRC Handelsblad (de hele recensie lees je hier)

 

De toon is fris, eerlijk, soms humoristisch en nergens zwaar – dat Atlanta een stoer voetbalmeisje is helpt daarbij. “Van alle meisjes die ik ken, huil ik het minst”, zegt ze. Maar juist dat ingehouden verdriet ontroert.

– Trouw (de hele recensie lees je hier)

 

…zo’n typisch en fijn psychologisch Anna Woltz-verhaal, dat ze zonder problemen binnen de 100 bladzijden weet te houden. … Het werd tijd dat Anna Woltz gevraagd werd om het Kinderboekenweekgeschenk te schrijven, en het is meteen het beste geschenk van de afgelopen jaren.

– een 8.5 op Jaapleest.nl (de hele recensie lees je hier)

 

In Haaientanden zit humor. Maar het is óók ingetogen en fijngevoelig. Volgens auteur Anna Woltz moet elke zin een functie hebben – anders sneuvelt hij. Die houding leidde tot een schitterend eindresultaat.

– Reformatorisch Dagblad (de hele recensie lees je hier)

 

Woltz kreeg met dit Kinderboekenweekgeschenk een pittige opdracht: schrijf een verhaal binnen 96 pagina’s. Maar het is haar gelukt, en hóe! Dit boek leest als een volwaardige roman, met veel diepgang, spanning, humor en vooral… emoties.

– Leesbevorderingindeklas.nl (de hele recensie lees je hier)

 

De lezer zit direct in het verhaal. … De dialogen … zijn geweldig geschreven. Ze zijn vaak grappig en ontroeren ook. En zo slaagt Woltz er opnieuw in gevoelige thema’s op een lichte toon te bespreken.

– Kinderboekenpraatjes (de hele recensie lees je hier)

 

Zonder twijfel een van de beste kinderboekenweekgeschenken van deze eeuw …  omdat Woltz zo’n goede balans weet te vinden tussen voor kinderen te bevatten diepgang en ironie, mooie zinnen en een spannend verhaal met een kop en een staart.

– Pjotr van Lenteren op De Gelukkige Lezer (de hele recensie lees je hier)

 

 

Inspiratie

 

Vorige zomer werd ik door mijn uitgeverij Querido naar Amsterdam gelokt. Ik dacht dat we gewoon over een boek gingen praten, maar plotseling kwam er iemand van de CPNB binnen (de CPNB organiseert de Kinderboekenweek). Ze had een reusachtige bos bloemen in haar handen en ging letterlijk voor mij op de knieën: wilde ik alsjeblieft het Kinderboekenweekgeschenk 2019 schrijven? Natuurlijk zei ik ‘ja’!

Een dag lang was ik dolblij, aten we taart en dronken we champagne. En toen moest ik echt een nieuw boek gaan schrijven. En niet zomaar eentje – nee, het Kinderboekenweekgeschenk. Een boek waarvan er 334.000 gedrukt gaan worden. Een boek dat 96 pagina’s moet hebben. En een boek dat in minder dan een halfjaar klaar moet zijn (ja, dat is kort voor een schrijver!).

Maandenlang heb ik in de tuin zitten nadenken. Ik zat heerlijk in de zon, maar in mijn hoofd kon ik alleen maar tegen mijn hersens schreeuwen: denk na! Verzin een mooi verhaal! Doe het nu! En toen, eindelijk, luisterden mijn hersens. Ze verzonnen dat verhaal. Kant en klaar zat het opeens in mijn hoofd.

Er ontbrak alleen nog één ding: de fietstocht die Finley en Atlanta maken in het boek, die moest ik zelf ook maken. Ik moest weten hoe het IJsselmeer blinkt. Hoe de wind langs je oren suist, hoe de schapen in Friesland blaten, hoe kapot je bent als je veel verder fietst dan je eigenlijk kunt.

De hele tocht die Atlanta en Finley maken in het boek, heb ik dus precies zo ook gemaakt. Op de allerlaatste nazomerdag van 2018 stapte ik in de trein naar Enkhuizen. Daar huurde ik een fiets. Ik had heel veel eten bij me, heel veel water, mijn telefoon om foto’s te maken en een opschrijfboekje. En toen begon ik te fietsen.

Het was de zwaarste tocht van mijn leven. De laatste 30 kilometer door Friesland had ik keiharde wind tegen en ik heb er heel serieus over gedacht om op te geven. Ik kón niet meer. Maar gelukkig voor mijn boek ben ik toch blijven fietsen. En alles van die tocht – de uitputting, de honger, de wind, de schapen die je gek maken met hun geblaat, de donkere weggetjes – kon ik daarna gebruiken in Haaientanden.

Natuurlijk waren er ook heel veel mooie dingen, en die lees je ook terug in mijn boek. Op de Afsluitdijk had ik ongelooflijk harde wind méé, en dat hebben Finley en Atlanta ook. Atlanta beschrijft het zo:

 

De hardste wind ooit blaast recht met ons mee. Het is ongelooflijk. Bijna zonder te trappen vliegen we over de Afsluitdijk.
Het brede fietspad hebben we helemaal voor ons alleen, maar we zijn niet de enigen hier. Vlak naast ons razen auto’s op een vierbaansweg waar je 130 mag. Ze maken een daverend kabaal en laten de hele dijk dreunen.
‘Dit is zo cool,’ schreeuwt Finley.
‘Ja!’ schreeuw ik terug.
Nog nooit van mijn leven ben ik zo hard gegaan op een fiets. We hoeven bijna niet te trappen, maar we doen het toch. Het is als zo’n loopband op Schiphol. Zo’n platte roltrap voor de allerlangste gangen. Als je gaat rennen op dat ding, dan race je.
Nou, als je keihard trapt met deze wind, dan zweef je.
Toen we net weer opstapten, waren mijn benen stijf en had ik beurse billen. Maar nu tintelt mijn bloed en suizen mijn oren en kan mijn mond alleen nog maar lachen.
‘Blauw is zó mijn lievelingskleur,’ roep ik.
Rechts fonkelt het IJsselmeer tot aan de horizon, links is de Waddenzee. De zon schijnt zonder ophouden, de lucht is een reusachtige koepel boven ons hoofd.
Blauwer dan dit bestaat niet.