Uitreiking Nienke van Hichtum-prijs: prachtige laudatio door Edward van de Vendel

Op zondag 17 januari werden in Den Haag de Jan Campert-prijzen uitgereikt. Adriaan van Dis kreeg de Constantijn Huygens-prijs, Annelies Verbeke de F. Bordewijk-prijs, Ilja Leonard Pfeijffer de Jan Campert-prijs en ik kreeg de Nienke van Hichtum-Prijs voor Honderd uur nacht. Foto’s: Serge Ligtenberg.

… een zinderende roman – literatuur in het oog van de storm

– Juryrapport Nienke van Hichtum-prijs 2015

Edward van de Vendel – jeugdboekenschrijver, dichter en vertaler – sprak een fantastische laudatio uit voor Honderd uur nacht, waarin hij vertelde over een geheim genootschap: de Bende van de Zwarte Woltzhand – ‘also known als de ware cultuur-avantgarde van de Lage Landen’. Hieronder zijn tekst!

Laudatio Anna Woltz

JAMMER, NIENKE VAN HICHTUMJURY, JAMMER

door Edward van de Vendel

 

En bedankt, jury van de Nienke van Hichtumprijs. Anna was van ons, nu moeten we haar zeker gaan zitten delen. Dat willen we eigenlijk niet en hoe moet dat nou.

Kijk, het begon voor ons met RED MIJN HOND, het boek dat Anna in 2008 publiceerde over Jessie die haar hond, de liefste hond van de wereld, moet verdedigen. We hadden daarvoor al andere boeken van Anna gelezen, die vielen op omdat ze zo fris en spannend waren, maar RED MIJN HOND had die betoverende warmte waarvan een goed boek een belangrijk boek wordt. Dat mededogen is daarna altijd de bodem onder haar werk gebleven, maar daar gaat het nu niet om. Het gaat erom dat we na het lezen een mooi geheim hadden, en dat geheim heette Anna Woltz.

Ik zeg: ‘we’, en daar bedoel ik de kinderen mee. Ze gaven Anna voor RED MIJN HOND de prijs van de Vlaamse Kinderjury, een prijs die ze daarna nog vaak zou krijgen, de prijs is overigens een plantje en dat Anna warm en zorgzaam is blijkt wel uit het feit dat zij als enige auteur al die plantjes in leven heeft gehouden, ze staan nog steeds in haar vensterbank. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat erom dat we zo’n fijn clubje waren, wij, de kinderen van Nederland en België, aangevuld met een groepje volwassenen dat boeken voor kinderen leest, zeg maar kinderen in bibliothecariskleren of kinderen in collegaschrijverskleren. Wij waren exclusief. Als we elkaar op straat tegenkwamen knipoogden we, tikten aan onze pet, we fluisterden in het voorbijgaan ‘Anna Woltz’ en dan lachten we fijntjes.

In 2011 schreef ze EVI, NICK EN IK, een boek dat in Duitsland KÜKENSOMMER heet. KÜKENSOMMER! Dat alleen al. Maar daar gaat het niet om. Toen werd het gevaarlijk, want recensent Bas Maliepaard verbrak in het dagblad Trouw onze erecode. Hij schreef dat het tijd werd voor een Zilveren Griffel, néééé, riepen wij, geen Griffel, néé, hou je mond nou toch Bas! Gelukkig reageerde de griffeljury verstandig: ze luisterde niet. Pfjoew.

In 2012 en 2013 beleefden we veilige jaren waarin we dolgelukkig nieuwe Woltzboeken lazen, och wat was dat een mooie tijd, we waren ondergronds en we waren talrijk, maar toen, in 2013 verscheen MIJN BIJZONDER RARE WEEK MET TESS, een schitterend boek over Samuel, die een onvergetelijke vakantie beleeft. En wat gebeurde er? Niet alleen Trouw, maar ook allerlei andere kranten schreven dat het nu toch wel gek moest lopen mocht Anna Woltz geen griffel krijgen. Damn. Het einde van ons rozekruizersbestaan leek nabij. We hadden de pé in, ons geheime groeten werd desperater, want we wisten dat het nu snel voorbij zou zijn. En toen, goddank, werden we wéér gered. De griffeljury kende haar opnieuw géén griffel toe. Wel een Vlag en Wimpel, maar hey, een Vlag en Wimpel, daarmee zou u, het grote gemeen grommende volwassenenpubliek niet uit uw Woltz-onwetendheid gewekt worden. Anna kreeg ook opnieuw de Vlaamse Kinderjuryprijs, uiteraard, maar dat was eigenlijk ónze prijs, wij, kinderboeklezers, also known als de ware cultuur-avantgarde van de Lage Landen.

Goed, achteraf zeggen we: misschien was het niet vol te houden, het koesteren van een schrijfster die grappig én spannend kan schrijven, die geen zwakke boeken uit haar laptop weet te krijgen, het lúkt haar gewoon niet. En dan die lách, Anna’s lach! Maar goed, daar gaat het niet om.

Het gaat om 2015. HONDERD UUR NACHT verscheen, over vier kinderen die op elkaar aangewezen raken tijdens een orkaan in New York. Een rotboek. Het is namelijk zó goed dat we wisten: dit wordt springtij. Iedereen gaat dit lezen, weg Woltzworshippersgilde, weg Bende van de Zwarte Woltzhand, weg VrijWoltzMetselarij. En inderdaad, HONDERD UUR NACHT werd vrijwel meteen genomineerd voor de Gouden Lijst, de Prijs van de Jonge Jury én de Woutertje Pieterseprijs. Maar eens te meer daalde over ons de mercy neer, want elk van die domme jury’s liet na het boek daadwerkelijk te bekronen! Het was geweldig, we vierden ondergrondse feestjes, Anna was nog steeds van ons. Goed, het boek werd in De Wereld Draait Door getipt door het boekenpanel, maar dat konden we hebben, – ha, wie kijkt er nu naar De Wereld Draait Door?

Maar toen, Nienke van Hichtumjury, kwamen jullie. Met deze prachtige Nienke van Hichtumprijs. Terecht toegekend natuurlijk, voor volgens ons niet alleen een belangrijk boek, maar ook een belangrijk schrijverschap. En toch: zo jammer. Nu kunnen we het niet meer geheimhouden.

We zijn bij elkaar gaan zitten, facetimevergaderingen, kladblokbriefjes en postduifberichten, en dit is wat we besloten hebben: oké – dan – we – zullen – haar – delen. Misschien waren we te zelfzuchtig, misschien heeft u, Mensen van de Rest van de Wereld, inmiddels ook recht op Anna Woltz. Dus: wees voorzichtig met ons oogverblindende geheim, ze moet nog lang mee, maar: Hierbij Schenken We U Haar.

Op één voorwaarde. Er is intussen een nieuw boek, het heet GIPS. Het is spetterend en warm en steengoed. Dat gaat u nu allemaal lezen, en dat begrijpen we. Maar beloof ons tenminste dit: als u elkaar tegenkomt op straat, knipoog even, tik aan uw pet en fluister het de rest van uw dagen zachtjes voor u uit: Anna. Anna Woltz.