Post uit de oorlog

1945: Willem gaat samen met zijn zusje op zoek naar eten. In de ijzige kou fietsen ze de stad uit. Misschien is er ergens nog een boer die spek verkoopt. Het is al bijna vijf jaar oorlog, en Amsterdam heeft honger.
2005: Danja mist de appelbomen en de rivier. Ze wilde helemaal niet naar Amsterdam verhuizen, maar het moest. En nu moet ze ook nog naar die rotschool. De enige leuke jongen daar ziet haar niet staan…

Alles verandert als Danja post krijgt uit de oorlog. Willem wordt haar eerste vriend in Amsterdam. Maar dan hoort Danja dat hij in gevaar is. Ze moet hem redden!

 

Anna & Wout Woltz
Leopold, 2006
Leeftijd: 11+
Prijs: € 12.95
ISBN: 9025849547

 

…een bijzonder sympathiek boek: spannend, ontroerend, leerzaam. Een kinderboek zoals een kinderboek zijn moet, kortom. Het is zichtbaar met vakmanschap, plezier en liefde geschreven, en dat mist de uitwerking op de lezer niet. Dit boek verdient veel publiek en het is voor toekomstige generaties lezers te hopen dat Anna Woltz ook na haar afstuderen vooral doorgaat met mooie boeken schrijven. Wij wachten vol vertrouwen af.
-Christiaan Weijts in Mare

 

Inspiratie

 

Dit boek heb ik samen met mijn vader Wout Woltz geschreven. Mijn vader heeft de brieven van Willem geschreven, ik de brieven van Danja. Allebei hebben we veel uit ons eigen leven gebruikt. Mijn vader woonde namelijk net als Willem in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als jongetje van twaalf maakte hij echt een hongertocht, zaagde hij stiekem een boom om en zocht hij granaatscherven. Zijn vader (mijn opa dus, maar ik heb hem nooit gekend) zat in het verzet en maakte een illegale krant.

Voor de brieven van Danja heb ik ook veel uit mijn eigen leven gebruikt: Danja’s school lijkt veel op die van mij (alleen had ik niet zo’n leuke jongen als Thomas bij mij in de klas), ik heb ook grote voeten en toen mijn ouders verhuisden had ik ook heel veel heimwee. Alleen verhuisden mijn ouders niet van de Betuwe naar Amsterdam, maar van Den Haag naar de Betuwe. Danja mist het platteland in Post uit de oorlog, terwijl ik juist de stad miste. Maar het gevoel was hetzelfde.

Tijdens het schrijven van Post uit de oorlog hebben mijn vader en ik trouwens nog onderzoek gedaan. We wilden namelijk weten hoe een suikerbiet smaakt. Mijn vader had die 60 jaar geleden in de oorlog wel gegeten, maar ik had nog nooit een suikerbiet geproefd. Nou, ik kan het je niet aanraden! We hadden de grote, harde knol eerst geschild, toen geraspt en toen gekookt. En tijdens het koken rook je al hoe de biet zou smaken: heel wee, zoet – bah. Ik heb hem meteen weer uitgespuugd. Maar in de oorlog moesten heel veel Nederlanders die dingen echt eten.

Samen met mijn vader.
Hier kenden de auteurs elkaar nog niet zo lang.
Schoolfoto van mijn vader.