Overleven in 4B

Plotseling stoppen de gesprekken onder de meisjes: Evita uit de tweede komt binnen. Ze wandelt op haar bestudeerde manier naar Edwin toe en gaat over hem heen hangen. Vol haat kijk ik toe hoe ze met haar leuke maniertjes Edwins aandacht voor zich opeist. Wanneer ik om me heen kijk, zie ik dat alle meisjes dezelfde moordlustige blik in hun ogen hebben. Tegen Evita kan geen enkel gesprek op. 

Een schooljaar lang schreef ‘Rebecca Maart’ elke maandag in de Volkskrant de column ‘Schoolleven’. Ze vertelt over haar leven in klas 4b: wat ligt er allemaal op het richeltje onder het bord, en hoe moet je in een kort rokje je rugzak van de grond pakken? Haar verhalen gaan over verliefdheid, broodtrommeltjes, het genot van roddelen, de fraudebestendigheid van proefwerken en hoe het haar van de tekenlerares net niet in brand werd gestoken.

Rebecca Maart zag het en schreef het op. En de lezers – scholieren, ouders, leraren en al die andere mensen die nog weten hoe het op school was – vroegen: wie is dat meisje?

Dat meisje is Anna Woltz. Ze was vijftien toen ze haar column aan de Volkskrant aanbood. Nu is ze zestien en bezig met het overleven van de vijfde klas.

 

Nijgh & Van Ditmar, 1998

 

Met onderkoelde humor en een scherpe pen vertelt Anna Woltz over het complexe schoolleven met codes die je moet kennen om overeind te blijven. … Ze doorziet gedrag en situaties en in eenzelfde adem maakt ze duidelijk wat er volgens haar bespottelijk aan is, grappig, aanstellerig, aandoenlijk. … In haar sceptische blik naar buiten én binnen doet ze aan Renate Rubinstein denken, met wie ze meer gemeen heeft, vooral haar nieuwsgierigheid en autonomie. … Haar humor is zowel opwekkend als gevaarlijk; ze ziet én betrapt.
-Annemiek Neefjes in Vrij Nederland

 

Hieronder lees je de column Preken

 

Soms heb ik echt zin in een leuke preek. Een toespraak van een boze leraar om ons op onze verantwoordelijkheden te wijzen en wanhopig op ons gemoed te werken. Kinderachtig gedrag is het grootste vergrijp en lokt de beste preken uit.
Preken zijn nu schaarser dan in de derde, mogelijk omdat we minder kinderachtig zijn. Of de leraren hebben ons opgegeven. Toen we vorig jaar zoveel preken kregen, kon je ze goed vergelijken. Dat was interessant, maar vooral erg grappig. Bij een monoloog van een leraar is het ten strengste verboden te lachen, wat ons lachen natuurlijk bevordert. De slappe lach krijg je het beste onder een tierende leraar.
In saaie preken zitten te veel clichés over verantwoordelijkheid. Leren doe je voor jezelf, niet voor anderen. We zijn kinderachtig, onbeleefd, puberachtig en onaangepast. Misschien bestaat er wel een boekje Preken voor leraren, dat elke docent als relatiegeschenk krijgt en waar je bij gebrek aan inspiratie uit kunt putten.
Soms is een preek echt goed en werkt hij wel. Dan heet het eigenlijk geen preek meer, maar een andere naam is er niet voor. Bij een leraar die kalm boos of beheerst woedend is, en met ons praat kan zelfs een soort gemoed ontstaan, een collectief gemoed van de klas.
Na de les bespreken we de preek, dat lijkt nog het meest op het beoordelen van een spreekbeurt. Verschillende punten komen aan bod: presentatie, inhoud, houding tegenover de klas en effect. De leukste preken zijn die zonder resultaat, dan hoef je je niet schuldig te voelen of over een oplossing na te denken. Leraren blijken zelf ook te weten wanneer ze preken, en dat die gebeurtenis zo heet. De leraar trekt zich het preken vaak veel meer aan dan wij. Net ouders, die vinden ruzies ook erger dan hun kinderen met wie ze ruziën.
Tijdens een preek moet je de juiste gezichtsuitdrukking hebben. Een beetje vroom, een beetje schuldig en nadenkend maar met een tikkeltje optimisme om de leraar te laten zien dat je van goede wil bent en je leven wilt beteren. Het is makkelijker de leraar niet aan te kijken; dat kan omdat niemand speciaal wordt aangesproken. Dus is het voor iedereen mogelijk om zich te concentreren op het laten balanceren van pen op gum. Het probleem is dat de leraar terugkijkt wanneer je naar hem kijkt en dat maakt dat je je meer aangesproken voelt dan gewenst is, en bovendien kun je niet beginnen te lachen wanneer je een leraar aankijkt. Tijdens een saaie preek heeft de klas wel wat van een slagveld; iedereen ligt met zijn hoofd op tafel of staart uit het raam.
Het is vaak nodig naar klasgenoten te kijken. Blikken van verstandhouding wisselen is wel gevaarlijk tijdens een preek, want als als de leraar je blik onderschept, wordt aan de bestaande preek nog een hoofdstuk uit het prekenboekje toegevoegd. Een persoonlijk hoofdstuk met open plekjes waar je ter plaatse de naam van de schuldige kunt invullen.

Interview in de VPRO-gids