Meisje nummer achttien

Hanna van elf moet helemaal alleen naar het weeshuis. Haar vader en moeder zijn er niet meer en haar enige zusje is gestolen door een man met een bietenneus. In het weeshuis staan lange rijen bedden. De kinderen dragen allemaal hetzelfde zwart-witte kostuum. Wie alleen de poort uitgaat, krijgt straf. Hanna is haar hele leven gehoorzaam geweest, maar nu verzint ze een plan. Ze gaat liegen en stelen – dat kan niet anders. Ze moet haar zusje redden.

 

Leopold, 2010
Leeftijd: 9 +
Prijs: € 13.95
ISBN: 9789025857240

 

Inspiratie

 

Meisje nummer achttien speelt in 1899 in het Elisabeth Weeshuis in Culemborg. Dat weeshuis bestond echt en is nu een museum. Voordat ik begon met schrijven, heb ik uren door het oude gebouw gedwaald en veel gelezen over vroeger. Ik las interviews met mensen die zelf als kind in het weeshuis hebben gewoond en ik las oude kinderboeken zoals Ot en Sien en Afke’s tiental, om erachter te komen hoe kinderen van vroeger praatten en wat voor liedjes ze zongen tijdens het touwtjespringen. Ook las ik vergeelde brieven uit het archief. Beleefde brieven van weeskinderen die bedankten voor hun jaren in het weeshuis en een wanhopige brief van een arme weduwe, die smeekt of twee van haar kinderen opgenomen kunnen worden in het weeshuis. De protectoren – de bazen van het weeshuis – mogen van de weduwe zelf kiezen welke kinderen ze willen, want de vrouw heeft er toch zeven.

Het leven in het weeshuis van Culemborg was rond 1900 dus echt zoals ik beschrijf in het verhaal. De weeskinderen dronken melk verdund met water, ze klaagden over de kakstoel die vlak naast de bedden stond en elke avond controleerde de Vader of de aardappels niet te dik waren geschild. De wezen droegen allemaal een zwart-wit kostuum en omdat er toen nog geen luizenmoeders waren, werden alle jongens en meisjes kaalgeknipt. Dat was de makkelijkste manier om ervoor te zorgen dat de wezen geen luizen kregen.

 

Op 13 oktober 2010 was de feestelijke presentatie van Meisje nummer achttien in het Elisabeth Weeshuis. Dat was heel bijzonder, want opeens kwam het weeshuis tot leven. Voor het eerst sinds het boek klaar was, liep ik weer door het weeshuis – en plotseling herkende ik alles: “O,” dacht ik, “daar in de hoek van de slaapzaal stond Hanna’s bed! Over deze trap sloop ze midden in de nacht op blote voeten naar boven! Hier in de tuin was Hanna wanhopig op zoek naar een verdwenen kat. En door deze zaal liep ze de allereerste dag, toen ze voor het eerst het weeshuis van binnen zag…”

 

Wil je een bezoek brengen aan het Elisabeth Weeshuis? Dat kan! Kijk voor meer informatie op de website van het Elisabeth Weeshuis Museum.

Groepsfoto van rond 1905
Tijdens de boekpresentatie dragen meisjes het wezenkostuum van de Culemborgse weeskinderen. Foto: Theo van Dam.
President Protector Anne de Vries krijgt het eerste exemplaar van 'Meisje nummer achttien'. Foto: Theo van Dam.