Honderd uur nacht

Honderdduizend steden bestaan er op de wereld. En ik ben gevlucht naar de stad die over twee dagen wordt getroffen door een orkaan.

De veertienjarige Emilia ontdekt iets vreselijks over haar vader. Zonder dat iemand het weet, vliegt ze in haar eentje naar New York. Maar het appartement dat ze via internet huurde, bestaat niet. En er komt een verwoestende orkaan op de stad af. Samen met twee Amerikaanse jongens en een heldhaftig klein meisje bereidt Emilia zich voor op de storm van haar leven.

Anna Woltz woonde in New York toen orkaan Sandy de stad trof. Dagenlang zwierf ze door donker Manhattan op zoek naar warmte, eten en stopcontacten. Toen het licht weer aan ging, begon ze aan dit boek.

 

Querido, 2014
ISBN: 978 90 451 1639 6
Leeftijd: 12+
Prijs: € 13.99

 

Genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs 2015, de Gouden Lijst 2015 en de Prijs van de Jonge Jury 2015
Bekroond met de Nienke van Hichtum Prijs 2015
Bekroond met De Kleine Cervantes 2016
Bekroond door de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury 2016
Vertaald in het Engels, Hongaars, Frans, Duits, Japans, Deens en Pools.

 

een vaardig geschreven, filmische jeugdroman af voor iets oudere lezers, waarin spanning en psychologie perfect in balans zijn
-Bas Maliepaard in Trouw

Woltz weet rechttoe-rechtaan meidenthematiek iets rauws, poëtisch én filosofisch mee te geven
-Pjotr van Lenteren in de Volkskrant

Hier zie je een mooie boektrailer voor Honderd uur nacht, gemaakt door Yvonne Bellers van Bibliotheek Oost-Achterhoek.

Inspiratie

 

Voor de website Villa Kakelbont (nu www.jeugdliteratuur.org) schreef Anna een column over haar avonturen in New York. Hieronder lees je die column in een iets aangepaste versie.

 

In de herfst van 2012 woonde ik drie maanden in New York.
‘Wat stoer,’ zeiden mijn vrienden eerst, toen ze van mijn plannen hoorden.
‘Dat wil ik ook!’ riepen ze, toen ik een appartementje vond in Downtown Manhattan.
Maar ongeveer een week voor mijn vertrek begonnen ze opeens vragen te stellen. Of eigenlijk was het maar één vraag.
‘Wat ga je daar eigenlijk doen? In je eentje? Drie maanden lang?’
Leven, zei ik. De stad leren kennen. Rondlopen. Eens even níet achter de computer zitten. Dingen meemaken. En een verhaal verzinnen voor mijn nieuwe boek.
Mijn vrienden knikten, maar ik wist dat ze het een onbevredigend antwoord vonden. En zelf had ik stiekem ook mijn twijfels. Dat nieuwe boek wilde ik in New York laten spelen, maar verder had ik geen enkel idee waar het over zou gaan. ‘Ik wil me nog niet vastleggen,’ zei ik dan maar. ‘Ik hoop ergens tegenaan te lopen.’ Ik geloofde het zelf maar half, maar mijn ticket was geboekt, en begin september vertrok ik.

Drie maanden later kon ik volmondig zeggen: dat leven is gelukt! Ik heb dagenlang door Central Park gedwaald. Beroemde schrijvers horen voorlezen. Langs de Hudson gefietst. De grote en de kleine musea bezocht – het Metropolitan Museum zelfs zes keer. Drop me ergens op Manhattan (of in Brooklyn) en ik leid je zo naar de beste coffee place en de lekkerste bagels. Ik wist niet dat het kon, maar ik ben verliefd geworden op een stad. Wanneer ik ’s ochtends mijn voordeur uitkwam en om me heen keek, werd ik overspoeld door een golf van geluk. Elke dag weer.
En ja, ik heb mijn verhaal gevonden. Of eigenlijk: mijn verhaal vond mij – het blies me bijna omver.

Eerst leek het niet te gaan lukken. Het was fantastisch om in elk museum te kunnen denken: hmm, zal ik hier eens een boek over gaan schrijven? Maar ik werd nooit écht gegrepen – en dat is nodig, wanneer je daarna een jaar lang dag in dag uit met zo’n verhaal gaat leven. Even dacht ik mijn onderwerp gevonden te hebben in het Tenement Museum, dat het verhaal vertelt van de immigranten die in de negentiende en twintigste eeuw naar New York zijn gekomen.
Het is een prachtig, aangrijpend verhaal, dat begint met een bootreis en het Vrijheidsbeeld, maar het is ook een ingewikkeld verhaal. Veel eerder in de geschiedenis reisden er Nederlanders en Vlamingen naar New York, maar in de periode die ik wilde beschrijven, kwamen de immigranten vooral uit Oost-Europa en Italië.
En een verhaal over een joods kind dat vanuit Rusland immigreert naar NYC’s Lower East Side, dat eerst jiddisch spreekt en daarna Amerikaans – het leek me allemaal te ingewikkeld voor moderne twaalfjarigen. Natuurlijk is zo’n verhaal mogelijk, maar ik was bang dat ik teveel zou verliezen, dat ik teveel zou moeten opofferen om het verhaal begrijpelijk te maken.

Twee maanden lang was ik dus gelukkig in New York, maar een verhaal vond ik niet. En toen kwam orkaan Sandy.
Maandag 29 oktober zou Sandy New York bereiken, dus op zondag sloeg ik samen met de rest van de stad voorraden in. De rijen in de supermarkten waren langer dan ik ooit had gezien en de schappen raakten leeg, maar verder deden de New Yorkers nogal lacherig over de naderende orkaan. Vorig jaar was het ook meegevallen met Irene, dus de media moesten gewoon niet zo overdrijven…
Maar het viel niet mee. Een deel van Manhattan overstroomde, half Manhattan kwam zonder elektriciteit te zitten, en andere delen van New York City werden nog veel harder getroffen: huizen werden weggeslagen, een volledige wijk brandde plat en miljoenen mensen hadden opeens geen elektriciteit en water meer.

Ik behoorde tot de semi-gelukkigen: ik had wel nog water, en ik heb maar vier dagen zonder stroom gezeten. Maar ook vier dagen is láng, wanneer je in de eentje in een vreemde stad woont. Elke ochtend liep ik veertig blokken naar het noorden, op zoek naar licht en warmte en bereik voor mijn mobieltje. En elke avond liep ik veertig blokken naar het zuiden, door een pikdonkere stad.
Ik heb Manhattan op een uitzonderlijke manier leren kennen, en de black out heeft diepe indruk op me gemaakt. Terwijl het gaande was, dacht ik helemaal niet na over een eventueel boek. Ik wilde dat het zo snel mogelijk voorbij was, want aan het einde van de week zou het gaan vriezen, en ik was bang voor de kou. Ik was bang dat mijn water toch nog zou uitvallen, want er was sprake van tekorten. En na een paar gesprekken op straat kreeg ik door dat ik misschien iets te makkelijk en vrolijk door het donker banjerde – nog wat meer naar het zuiden was er al een avondklok ingesteld, om plunderingen tegen te gaan…

Maar zodra er weer licht was, en mijn kamer weer warm was, begon ik wél te denken over mijn boek. Waar kon ik eigenlijk beter over schrijven dan over Sandy? Ik had de orkaan zelf meegemaakt. Een prachtig verhaal had mij bijna omver geblazen. Daar moest ik gebruik van maken.

En dat heb ik dus gedaan. Honderd uur nacht speelt in New York tijdens orkaan Sandy. Het was heerlijk om nog een heel extra jaar in mijn hoofd in New York te mogen wonen – maar ook wel gek. Als ik nu foto’s bekijk van mijn tijd in NYC, dan krijg ik elke keer een kleine schok. Op de foto’s sta ík daar lachend in een donkere kamer bij een bord waxinelichtjes. Maar ik herinner me dat het Emilia, Seth, Jim en Abby waren die lachten tussen de kaarsen. Echt waar. Na meer dan een jaar schrijven zijn mijn hoofdpersonen doorgedrongen tot mijn herinneringen. De rest van mijn leven loop ik niet meer in mijn eentje door New York, maar samen met Emilia.